Recente posts
Tadaaa: introductie van de flexwerker trainee
01 maart 2019

Flexibele arbeid staat in een slecht daglicht de laatste tijd.
Als je de berichten die her en der in de media verschijnen naar aanleiding van de nieuwe wet (WAB) van minister Koolmees van Economische zaken en Werkgelegenheid moet geloven, zijn uitzenders en werkgevers te kwader trouw. Soms bekruipt mij het idee dat het kabinet zelf in deze versie van de werkelijkheid is gaan geloven. Zij (wij dus ook) zouden per definitie niet in het belang van de werknemer handelen, of dit nu een tijdelijke medewerker is of niet. Ik kijk een paar keer per dag in de spiegel en herken me niet in dat beeld.

Natuurlijk zullen er altijd werkgevers en uitzenders zijn die niet het beste voor hebben met hun werknemers of uitzendkrachten. Natuurlijk zullen er altijd werkgevers en uitzenders zijn die de mazen van de wet opzoeken. Dat ga ik niet bestrijden. Maar dat is niet het complete plaatje. Ik ben er huiverig voor dat we de grote positieve kracht en uitwerking van flexibele arbeid verliezen: in de eerste plaats voor de flexwerkers zelf, maar ook voor de bedrijven en sectoren waar ze werken en voor de economie als geheel.

Een ding staat vast: er is een grote vraag naar flexibele arbeid.
Bijna twee miljoen mensen werken in een flexibele arbeidsrelatie. Daarvan is veertien procent uitzendkracht. In de huidige economie waarbij de vraag naar en bezorging van producten en diensten enorm fluctueert, om maar iets te noemen, is de vraag naar arbeid even zo fluctuerend. De crisis die we achter de rug hebben heeft er ingehakt. Werkgevers zijn —en dat is begrijpelijk— huiverig om op grote schaal werknemers in vaste dienst te nemen. In mijn beleving betekent dat dat we flexibele arbeid moeten omarmen, met een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Hierbij ga ik uit van vier principes:

1) Flexibele arbeid is voor veel uitzendkrachten de opstap naar werk. In vele gevallen gaat het hier om mensen die al jaren geen betaald werk konden vinden of deden. Als uitzenders kunnen wij hier het verschil maken, en dat doen we ook. Vijftig procent van de WW’ers die weer aan het werk gaan via de uitzendbranche, stroomt in via een andere sector. En tweederde van hen stroomt door naar een vaste baan (bron: ABU). Voor de duidelijkheid, buiten de uitzendsector.
2) We moeten werkzekerheid bieden. In mijn beleving gaat het erom dat je voortdurend kunt werken, zonder pauzes. Je doet (brede) ervaring op en bent financieel zelfstandig.
3) Wij zijn als uitzenders schatplichtig om onze flexwerkers tijdens deze periode te ontwikkelen. Dat betekent fors investeren in scholing, opleiding en persoonlijke ontwikkeling. Dat doen wij bij Consolid ook uit volle overtuiging. Veertien procent van de uitzendkrachten volgt nu een opleiding. Als uitzendbranche hebben we uitgesproken dat we dit naar twintig procent willen verhogen in 2020. Dat is een hoger percentage dan bij medewerkers met een vast contract. [bron: ABU]. De kans dat werkgevers – en dat bedoel ik niet per se als verwijt – ook nog eens zullen investeren in scholing van flexwerkers is minimaal.
4) Waarom introduceren we niet ‘flexwerker trainees’? Een traject waarbij je verschillende functies/werkzaamheden/ervaringen verricht/opdoet en je zo pro-actief kunt ontwikkelen in een bepaalde richting? Bij verschillende werkgevers, in verschillende branches?

Flexwerk is heel betekenisvol voor onze flexwerkers. Vraag het ze maar eens. Flexwerk is niet ‘een tussentijdse pauze’ of zwaktebod in je werkende leven, maar voegt ook daadwerkelijk waarde toe. Mits met de juiste intentie ingezet. En dat is altijd ons uitgangspunt. Al 30 jaar lang. En flexwerker ben je inderdaad meestal niet voor het leven. Laten we in dat licht niet vergeten dat wij actief —de meeste van— onze flexwerkers ‘over laten gaan’ naar vaste contracten bij onze opdrachtgevers. Waarom zouden onze opdrachtgevers zo blij met ze zijn? Het antwoord laat ik aan jullie over.

Deel mijn blog via:
Categorie: Consolid